Heemkundige Kring

Ten Mandere Izegem

Ten Mandere - digitaal

startpagina
bestuur
nieuws
activiteiten
lidgeld
tijdschrift
geschiedenis
archief
bibliotheek
te koop
Izegemse bibliografie
Izegemse soldaten uit W.O. I

links
nieuwsbrieven

 

ten mandere blogt

 

Was één van uw voorouders een landloper?

 

 

 

 

 

Sinds eind april kan men via de website van de Koloniën van Weldadigheid in Merksplas of Wortel online opzoeken wie er zoal inwoner was van deze gemeenschap. Via de rubriek Kolonie5-7 – zoek je voorouders kunt u zoeken op plaats, periode, naam, beroep of rechtbank. We probeerden met Izegem en stelden vast dat er 687 mensen terug gevonden konden worden. Pas op: Sommige belandden meerdere keren in deze instelling. Voor Emelgem telden we er 133 en voor Kachtem 54. Hier vindt u de link.
We illustreren hier met een voorbeeld.
Op 27 augustus 1827 werd Charles Louis Biesbrouck geboren. Hij was de zoon van Fredericus Benignus hoedenmakergast en van Rosalia Sabbe. Ze woonden in de Nieuwstraat op het nummer 16. Er waren in het totaal 5 kinderen: Charles Louis was de oudste en er volgden nog drie meisjes  Sophia, Virginia en Rozalia en een jongen Franciscus.

Alhoewel hij bekend stond als hoedenmaker, zoals zijn vader, werd hij opgepakt als bedelaar en kwam de eerste keer voor vrederechter Leon Weustenraad in Izegem op 31 oktober 1882. Die stuurde hem naar de kolonie op 9 november 1882. Twee  maanden en drie dagen later, nieuwjaarsdag 1883, verliet hij de instelling.

Bij zijn aankomst in de instelling werd zijn dossier opgemaakt. Daaruit vinden we zijn persoonsbeschrijving. Hij was 1 m 70 groot, grijs haar, breed gezicht met bruine ogen en een grote neus. Zijn mond had een gemiddelde grootte, een grote kin en een ovalen gezicht. Hij had ook een donkerblonde snor.

Drie jaar later kwam hij als zwerver terug in aanraking met het gerecht. Zijn vonnis van 20 december 1886 voor de vrederechter van Izegem werd reeds uitgevoerd op 24 december, daags voor Kerstmis en dit keer mocht hij 5 maanden en acht dagen naar het ‘staatshotel’. Daar kwam hij vrij op 16 mei 1887.

Reeds op 27 juli van hetzelfde jaar werd hij opnieuw veroordeeld voor dezelfde feiten. Dit keer kreeg hij zes maanden en tien dagen. Hij belandde in de kolonie op 5 augustus 1887 en verliet deze op 16 januari 1888.

Wellicht was hij een tikkeltje hardleers, want op 17 juli van hetzelfde jaar staat hij terug voor de vrederechter in Izegem. Dit keer kreeg hij zes maanden en 14 dagen. Hij ging de kolonie binnen op 21 juli en verbleef er tot 7 januari 1889.

De Izegemse rechter Leon Weustenraad veroordeelde hem opnieuw op 15 februari 1889 en stuurde hem ook dit keer richting de kolonie. Hij verbleef er nu van 23 februari tot 12 augustus 1889, terug zes maanden en 14 dagen.

En nog had hij zijn lesje niet geleerd. Of koos hij bewust om opgepakt te worden als zwerver zodat hij zijn armoede kon ontvluchten? Want op 3 oktober 1890 kwam hij voor in de correctionele rechtbank van Kortrijk. Zijn straf luidde 6 maanden en 6 dagen. Hij ging de kolonie binnen op 18 oktober en verliet deze op 30 maart 1891.

De rechter in Kortrijk mocht nogmaals kennis maken met hem. Hij werd opnieuw veroordeeld op 18 mei 1893 en dit keer kreeg hij 4 jaar straf. Hij ging binnen op 25 mei 1893 en verliet de gevangenis op 25 mei 1896.

We vonden in zijn dossier dat hij tussen 1896 en 1900 in het hospitaal van Izegem verbleef.
De achtste en laatste keer dat hij in aanraking kwam met het gerecht was opnieuw voor de Izegemse vrederechter. Op 5 oktober 1900 veroordeelde de rechter hem tot de gevangenis. Hij belandde opnieuw in de kolonie op 11 oktober 1900 en overleed er op 6 januari 1901.

Charles Louis Biesbrouck was wellicht een sukkelaar, want de stad Izegem erkende hem als hulpbehoevende. Dat bewijzen de brieven van 6 december 1882, 6 juni 1893 en 16 oktober 1900 gericht aan de kolonie.

Dat hij geen gemakkelijke persoon was, bewijzen zijn straffen die hij kreeg in de instelling.
Op 4 maart 1887 werd hij twee dagen gestraft omdat hij valse inlichtingen had gegeven.
Op 26 oktober 1994 werd hij drie dagen opgesloten omdat hij zijn ‘quartier’ verlaten had zonder toestemming.
Op 7 december 1894 werd hij voor drie dagen gestraft omdat hij zijn cipier niet had gehoorzaamd en voor onlusten had gezorgd in het werkatelier.
En tenslotte werd hij op 24 januari 1895 voor twee dagen gestraft omdat hij zijn werk verlaten had, want hij wou op de ‘steenweg’ in de buurt haringen kopen.
Met dank aan Marc Geldof voor de tip.